Voorwoord

 

Wat is de CIDSE Ecologische Voetafdruk?

De ‘CIDSE Ecologische Voetafdruk’ biedt het CIDSE netwerk mogelijkheden om haar werk vanuit een milieuperspectief te beoordelen en om haar ecologische voetafdruk te verminderen. Het CIDSE-secretariaat en verschillende lidorganisaties denken al jaren na over de ecologische impact van hun eigen werk. De CIDSE Ecologische Voetafdruk vormt een cruciale stap bij het verzamelen en het delen van al deze waardevolle ervaringen. Dit werk toont ons waar we staan als netwerk en hoe we samen vooruitgang kunnen boeken. De CIDSE Ecologische Voetafdruk is een reflectie van onze voortdurende inspanningen om van CIDSE een echt leernetwerk te maken. Het is ontworpen om de uitwisseling van kennis en ervaring te vergemakkelijken en om kruisbestuiving te bevorderen over het hele CIDSE-netwerk. We hopen dat dit ons netwerk actief zal ondersteunen om de daad bij het woord te voegen wat onze eigen ecologische impact betreft. Het zal verder ook fungeren als een inspiratiebron en als een stimulans om verder na te denken, onszelf en onze organisaties te bevragen en uit te dagen en om praktische stappen te ondernemen om onze milieu-impact zo veel mogelijk te beperken.

Het werk van CIDSE omtrent de ecologische voetafdruk is een dynamisch proces dat zal blijven groeien en evolueren met het CIDSE-netwerk. In die zin is het enkel een startpunt, een eerste gezamenlijke stap. Dankzij het online-formaat kan de inhoud makkelijk herzien en geüpdatet worden. Daarnaast laat het ons toe om ervaringen, succes verhalen, inspirerende praktijken en informatie van CIDSE-leden bij te werken en  toe te voegen, en in een tweede fase, die van de partners en bondgenoten. We hopen dat het als een stevige basis kan dienen om verder te blijven nadenken, praten en uit te wisselen over manieren om de ecologische voetafdruk van CIDSE te verkleinen.

 

Waarom werd het ontwikkeld?

Als netwerk streven we naar een ingrijpende verandering om een einde te maken aan armoede en ongelijkheid door niet alleen systemisch onrecht, ongelijkheid en de vernietiging van natuur aan de kaak te stellen, maar ook door rechtvaardige, duurzame en milieuvriendelijke alternatieven naar voren te schruiven. Dit engagement weerspiegelt zich in ons dagelijks werk rond klimaatrechtvaardigheid, energie- en voedingssystemen, regelgevingen van ondernemingen en landrechten. We pleiten ervoor dat overheden en bedrijven een einde maken aan praktijken die nefast zijn voor onze natuur, onze gezondheid en onze toekomst. Dankzij het werk met onze leden, partners en bondgenoten, hebben we een directe kijk op de dramatische, destructieve sociale en ecologische impact van onze energieslorpende economie en manier van leven. In ons persoonlijk leven en in alle aspecten waar we als netwerk actief zijn, worden we daarom opgeroepen om te handelen met respect voor het klimaat en het milieu.

Er is een groeiende vraag naar een dringende transformatie om een eerlijke, duurzame wereld te creëren. Hiervoor is gedurfde, ambitieuze en onmiddellijke actie op verschillende niveaus nodig. De effecten van klimaatsverandering worden steeds tastbaarder in ons dagelijks leven, zeker bij de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Dit herinnert ons eraan dat we moeten handelen. Met de goedkeuring van het Klimaatakkoord van Parijs in 2015, zijn alle staten overeengekomen om de stijging van de mondiale temperatuur ruim onder 2°C te houden en om inspanningen te leveren om de opwarming te beperken tot 1,5°C. Emissiereducties, zoals ze nu overeengekomen zijn in de nationaal vastgelegde (klimaat)doelstellingen van elk land, zullen niet voldoende zijn om dit doel te bereiken en over te schakelen naar een koolstofarme samenleving. We blijven druk leggen op beleidmakers zodat ze onmiddellijke en duidelijke oplossingen bieden en we blijven oproepen tot een eerlijke transitie. We mobiliseren en zetten ons in voor een duurzamere en leefbaardere toekomst. We erkennen dat we samen verantwoordelijk zijn en de sleutel in handen hebben om de beoogde verandering teweeg te brengen en om onze CO2-uitstoot te verminderen. Om het hoofd te bieden aan klimaatverandering, moeten er ingrijpende, radicale veranderingen plaatsvinden. We moeten loskomen van onze huidige productie- en consumptiepatronen en ons richten op een duurzamere manier van werken.

De veranderingen die wij voor ogen hebben en die zullen leiden tot een rechtvaardige, duurzame wereld, kunnen niet plaatsvinden zonder het persoonlijke engagement van ons allen. Wij, als individuen, gemeenschappen en organisaties, kunnen werkwijzen hanteren om de wereld te creëren die we willen zien. Onze acties kunnen een nieuwe manier van leven doen ontkiemen en beleidmakers aansporen om de daad bij het woord te voegen. Bij CIDSE zijn we ervan overtuigd dat deze verandering ook moet gebeuren op het niveau van organisties en netwerken. Het mandaat om de ecologische impact van ons netwerk te evalueren en te beperken is integraal verankerd in ons huidig Strategisch Kader en ons Operationeel Plan. Trouw aan één van onze organisatorische prioriteiten, namelijk “verandering start bij onszelf”, werken we aan het creëren van structurele voorwaarden die zullen bijdragen aan een systemische verandering. Binnen deze prioriteit gaat het niet enkel om wat we als netwerk doen om over te schakelen naar een eerlijke, duurzame wereld. Het gaat ook om hoe we te werk gaan binnen ons netwerk en om de impact van ons eigen werk op het milieu. We moeten ons eerst de beoogde verandering eigen maken en zelf een organisatorische verandering ondergaan. Dit houdt in dat we onze eigen werkwijzen moeten evalueren op basis van hun ecologische impact en dat we tot het uiterste gaan om onze eigen ecologische voetafdruk verder in te perken.

De principes en waarden van de katholieke sociale leer vormen het fundament van ons werk rond  de ecologische voetafdruk. In zijn encycliek, “Laudato Si”, roept Paus Franciscus iedereen op om zich in te zetten voor een ecologische conversie. Om die overgang mogelijk te maken, moet er een diepe transformatie gebeuren naar een duurzamere manier van leven. Bovendien is het een morele plicht om “de roep van de armen en de roep van de aarde” te beantwoorden door onze dagelijkse handelingen aan te passen. De encycliek van de Paus heeft de hele CIDSE-familie geïnspireerd om als organisatie te kijken naar haar eigen impact op het milieu of om een versnelling hoger te schakelen in wat er al gedaan wordt.

 

Voor wie is het bedoeld?

De CIDSE Ecologische Voetafdruk wordt in twee fasen ‘gepubliceerd’. In een eerste fase is het bedoeld  voor interne reflectie door  CIDSE-leden en het CIDSE-secretariaat. Door de initiële draagwijdte van het project te beperken, kunnen we ervaringen van CIDSE leden blijven verzamelen en de CIDSE Ecological Voetafdruk verder ontwikkelen. Op termijn willen we dit instrument toegankelijk maken voor de bondgenoten en partners van CIDSE.

De komende maanden zal het CIDSE-secretariaat gebruik maken van verschillende mogelijkheden (zowel online en offline) om de CIDSE Ecologische Voetafdruk te promoten. We zijn ervan overtuigd dat de uitwisseling en de discussie over het verminderen van onze ecologische voetafdruk geen eenmalig gegeven is. Deze kwesties moeten ook aan bod komen in permanente dialogen met onze leden, partners en bondgenoten in het globale Noorden en Zuiden.

 

Hoe kan het gebruikt worden?

De CIDSE Ecologische Voetafdruk is ontworpen met oog op multifunctioneel gebruik. Het doel is om aan de verschillende behoeften van CIDSE-leden te voldoen en hen te ondersteunen zodat ze verder kunnen werken aan hun ecologische voetafdruk.

  • Je kan mee de succesverhalen in de verf zetten van CIDSE leden die erin geslaagd zijn om hun ecologische voetafdruk te verkleinen.
  • Je kan hun verhalen lezen over wanneer, waarom en hoe zij hun ecologische voetafdruk zijn beginnen te verkleinen en wat ze tot dusver bereikt hebben. We hebben de afgelopen jaren vastgesteld dat verhalen delen een krachtige manier is om verandering rondom ons te stimuleren: we hopen dit proces verder te zetten en te bevorderen.

Dankzij de waardevolle ervaringen van het CIDSE-netwerk bevat de ‘CIDSE Ecologische Voetafdruk’ tal van ideeën over hoe organisaties hun werk omtrent de ecologische voetafdruk een extra boost kunnen geven, zoals:

  • Lessen gebaseerd op enkele ervaringen van CIDSE-leden over de evaluatie van de organisatorische ecologische voetafdruk en de integratie van dit werk in de organisatie;
  • Concrete, inspirerende praktijken van verschillende CIDSE-leden die inspanningen leverden om hun organisatorische ecologische voetafdruk te verkleinen op het vlak van reizen, kantooruitrusting en activiteiten zoals evenementen en workshops;
  • Extra reflectie en discussie vragen voor het CIDSE-netwerk;
  • En een bronnensectie met links naar verschillende materialen van CIDSE-leden over de ecologische voetafdruk.

Zou je graag de ervaring van jouw organisatie rond ecologische voetafdruk met ons delen? Of heb je aanvullende informatie en bronnen?  Stuur dan zeker een mailtje! Giorgio Gotra [gotra(at)cidse.org] of Nicky Broeckhoven [broeckhoven(at)cidse.org]

Trajecten van CIDSE-leden

Verschillende CIDSE-leden denken al meerdere jaren na over acties om hun ecologische voetafdruk als organisatie te verkleinen en over duurzamere manieren van leven. Dit deel geeft een overzicht van het indrukwekkende werk dat het CIDSE-netwerk tot nu toe verzet heeft. Hieronder delen enkele leden hun traject naar een kleinere ecologische voetafdruk. Ze vertellen ons wanneer en waarom ze naar hun eigen voetafdruk zijn beginnen te kijken, beschrijven hoe ze ermee omgingen en delen hun grootste successen tot nu toe.

Uit hun trajecten blijkt dat er veel mogelijke manieren bestaan om de ecologische voetafdruk te bepalen en te verkleinen. Er zijn verschillende benaderingen mogelijk en er bestaat geen standaardoplossing om de ecologische voetafdruk en duurzaamheid aan te pakken in een organisatie. Veel hangt af van de organisatie, haar middelen (personeel, tijd en budget) en van mate van betrokkenheid en ondersteuning op verschillende niveaus.

De trajecten laten overigens zien dat werken omtrent de ecologische voetafdruk geen perfect lineair proces is. Bovendien neemt het tijd vooraleer iedereen zich aangepast heeft. Sommige CIDSE-leden bestuderen al bijna tien jaar de ecologische impact van hun werk en activiteiten. Dit betekent echter niet dat hun inspanningen altijd consistent zijn geweest. Verschillende leden geven aan dat hun werk inzake de ecologische voetafdruk komt en gaat: soms boekten ze vooruitgang, en op andere momenten kenden ze een periode van stilstand.

Het CIDSE-netwerk heeft al veel concrete resultaten bereikt dankzij haar werk om de ecologische voetafdruk te verkleinen. Verschillende CIDSE-leden hebben een duurzaamheidsbeleid of -richtlijnen vastgelegd. Enkele leden zijn een team of een werkgroep aan het samenstellen of hebben dit reeds gedaan. Het team is dan specifiek verantwoordelijk voor de ecologische voetafdruk en het Groen Beleid van de organisatie. Anderen hebben doelstellingen vastgelegd en zijn erin geslaagd om hun uitstoot aanzienlijk te verminderen bijvoorbeeld op het vlak van reizen en kantoorgerelateerde activiteiten. Terwijl het CIDSE-netwerk blijft nadenken, discussiëren en informatie blijft delen over manieren om de ecologische voetafdruk nog meer te verminderen, is het belangrijk om de al behaalde successen eens in de verf te zetten en te vieren.

Broederlijk Delen heeft een werkgroep ‘Groen beleid’ samengesteld in 2010. Dit maakt deel uit van ons plan om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. De werkgroep heeft ups en downs gekend omdat dit beleid zelden een prioriteit was voor de deelnemers, maar stap voor stap kreeg ons ‘Groene Beleid’ vorm. Beleidsmaatregelen werden ingevoerd en onze medewerkers werden zich meer en meer bewust van het belang om zelf te doen wat de organisatie naar de buitenwereld uitdraagt. Vanaf het begin steunde de directie de werkgroep. Dit bevorderde activiteiten en nieuwe beleidslijnen. We hebben rond verschillende kwesties gewerkt en we bereikten aanzienlijke resultaten op het gebied van ‘duurzaam voedsel’ en ‘binnenlandse reizen’. Activiteiten zoals vegetarische potlucks en lunch talks hadden veel succes bij onze medewerkers.

Sinds 2019 focussen we ons op 2 of 3 thema’s per jaar. In 2019 waren dat ‘energieverbruik’, ‘internationale reizen’ en ‘communicatie’. In 2020 zullen we ons richten op ‘duurzaam voedsel’ en ‘divestment’. We zijn ons ervan bewust dat de wereld voor een groeiende uitdaging staat wat klimaat betreft. De meeste organisaties moeten grotere veranderingen maken dan diegene die ze de voorbije tien jaar gemaakt hebben om de klimaatkwesties effectief aan te pakken. Dit is een gebied waar we in onze toekomstige plannen veel aandacht aan zullen besteden.

Om meer te ontdekken over onze belangrijkste realisaties, klik hier

CAFOD werkt al tientallen jaren aan kwesties rond milieu en klimaatverandering via haar eigen activiteiten en programmes in het buitenland maar ook in katholieke parochies in Engeland en Wales. We hebben rechtstreeks de verwoestende gevolgen van klimaatverandering en milieuvernietiging kunnen vaststellen bij onze partners en gezien hoe de katholieke gemeenschap zich heeft gemobiliseerd om interne veranderingen teweeg te brengen en de situatie aan te pakken.

Geïnspireerd door Laudato Si’, werden we opgeroepen om te luisteren naar “de roep van de aarde en de roep van de armen” en onze werkwijze aan te passen. Ons strategisch kader van 2020 tot 2030 – Our Common Home – richt zich op “een ecologische conversie om onszelf te transformeren”. Om deze ecologische transformatie aan te gaan, zal CAFOD “als voorbeeld van milieubeheer fungeren en tegen 2030 koolstofneutraal zijn”. Binnen ons Internationaal Programma streven we bovendien naar een integrale ecologische aanpak.

Onder de begeleiding van een milieubeheer-werkgroep, werd ons milieubeleid aangepast aan onze nieuwe strategie. We verbinden ons ertoe om enerzijds het milieu te beschermen door de negatieve milieu-impact te beperken in al onze activiteiten en programma’s en anderzijds om het milieu te herstellen in geval van schade. Het jaarverslag van 2019-2020 zal een sectie bevatten over milieubeheer. In de publicatie van 2020-2021 zal onze koolstofafdruk aan bod komen.

Om meer te ontdekken over onze belangrijkste realisaties, klik hier

Milieubescherming en ecologie zijn altijd belangrijke thema’s geweest in onze organisatie. Ze zijn vooral van belang in onze buitenlandse programma’s waar we de voorbije jaren het werk van kleine boerengemeenschappen rond agro-ecologie gesteund hebben. Maar waarom zouden we enkel rond agro-ecologie werken met onze buitenlandse partners en niet hier in België? Deze inconsistentie konden we niet langer verantwoorden. We gingen dus op zoek naar agro-ecologie hier in Europa, om een beter beleid te bevorderden en vervolgens ook onze eigen ecologische voetafdruk onder de loep te nemen. We vonden dat we het voorbeeld moesten geven aan onze buitenlandse partners en aan onze externe en interne stakeholders. Begin 2015 hebben we onze “Politique de Développement durable(Duurzaam ontwikkelingsbeleid) opgesteld. Daarnaast moedigde onze belangrijkste institutionele fondsverlener, het Belgische Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, ngo’s aan die zo een beleid wilden ontwerpen. Ons ecologisch engagement kreeg een flinke boost toen we het milieukenmerk ‘Label Entreprise Ecodynamique’ aanvroegen en verkregen van de Brusselse Regio in 2015 en opnieuw in 2019. Het ontwikkelen van een beleid omtrent duurzame ontwikkeling en het ontvangen van een milieukeurmerk heeft ons geholpen om de motivatie van onze medewerkers, vrijwilligers en sympathisanten te vergroten. Daarnaast werd ons ecologisch engagement steeds zichtbaarder.

Om meer te ontdekken over onze belangrijkste realisaties, klik hier

Bij eRko proberen we elke dag kleine inspanningen te leveren om onze voetafdruk te beperken. Bijvoorbeeld door het openbaar vervoer te nemen, minder de auto te gebruiken om naar bijeenkomsten of vergaderingen te gaan, de trein of carpooling te verkiezen bij verplaatsingen,… Wanneer we bezoekers over de vloer krijgen of seminaries of workshops organiseren, kopen we eten en drank in afvalvrije winkels. Waar het kan en wanneer het logistiek zinvol is, moedigen we medewerkers aan om de trein te nemen in plaats van het vliegtuig of de auto (bv. voor vergaderingen met partners in Oostenrijk). Jammer genoeg hebben we geen duidelijk beleid over hoe we onze ecologische voetafdruk systematisch kunnen verkleinen.

FEC is al sinds 2011 bezig met duurzaamheid en haar ecologische voetafdruk. De activiteiten hieromtrent zijn deel van onze campagnes over duurzame leefwijzen.  We zijn echter nog niet beginnen werken aan een organisatorische ecologische voetafdruk. Tot op heden hebben we hierover geen beleid of procedures vastgelegd. Toch hanteren we in onze organisatie duurzaamheidspraktijken om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. CIDSE heeft ons aangespoord om rond deze kwesties te beginnen werken. Na de analyse van de situatie in Portugal en bij onze lokale partners, zijn we tot de conclusie gekomen dat duurzaamheid rechtstreeks verbonden is aan onze missie. Daarom zijn we deze vraagstukken/kwesties regelmatig beginnen aankaarten in scholen, in campagnes en in ons werk met lokale partners, producenten, kleinschalige boeren en besluitvormers (op lokaal, nationaal en Europees niveau). ‘Duurzame leefwijzen’ vormt nu een van de centrale pijlers van FEC’s Strategisch Plan voor 2017-2021.

Om meer te ontdekken over onze belangrijkste realisaties, klik hier

Binnen onze organisatie is het bewustzijn rond ecologische voetafdruk enorm gegroeid sinds 2015, na de publicatie van Paus Franciscus’ encycliek, Laudato Si’, over (integrale) ecologie. Dankzij de verschillende nationale en internationale pelgrimstochten voor het klimaat die we organiseerden, werd de boodschap van de encycliek nog versterkt. Het persoonlijke engagement van onze medewerkers speelde ook een heel belangrijke rol in het bewustwordingsproces. Onze inspanningen om ecologische kwesties ‘levend’ te houden in onze organisatie, werden ook duidelijk na de terugkeer van onze jonge vrijwilligers aan een CIDSE-jeugdkamp. Het “Change for the Planet, Care for the People” jeugdkamp werd door CAFOD in het Verenigd Koninkrijk georganiseerd in augustus 2019. Terug op kantoor deelden de jongeren hun ervaringen. Ze informeerden het team over het belang om als organisatie onze eigen ecologische voetafdruk onder handen te nemen. Dit kan door te kijken naar hoe we omgaan met plastic wegwerpproducten, hoe we onze verwarming aanpassen, hoe we het autogebruik en de mobiliteit van de medewerkers regelen, hoe we onze budgetten beheren,… Hoewel we nog geen duurzaamheidsbeleid hebben opgesteld, ontgaat het belang van dit onderwerp ons zeker niet.

Voor het KOO netwerk is het proces om de ecologische voetafdruk te verminderen pas echt gestart in 2015. In dat jaar heeft de Oostenrijkse bisschoppenconferentie een klimaatbeschermingsverklaring afgelegd waarin zij drie doelen voor de Oostenrijkse katholieke kerk heeft vastgesteld: de ontwikkeling van (1) klimaatbeschermings- en energiestrategieën met uitvoeringsplannen, (2) eco-sociale aanbestedingsregels en (3) duurzaamheidsrichtlijnen in alle bisdommen. Aangezien er in verschillende bisdommen al duurzaamheidsrichtlijnen werden ontwikkeld, had het voor KOO geen zin om zelf ook nog eens uitgebreide richtlijnen op te stellen voor organisaties die actief zijn in de wereldkerk/kerkelijke wereldwijde organisaties en de internationale ontwikkelingssamenwerking. Daarom besloot de organisatie om KOO-richtlijnen op te stellen over klimaatbescherming die hen zouden toelaten om bestaande richtlijnen te integreren in hun activiteiten. Bij het opmaken van deze richtlijnen, kozen ze de aspecten eruit die relevant waren voor hun netwerk en vulden ze die aan. Op basis van deze richtlijnen vroegen ze hun lidorganisaties ten minste drie punten te kiezen waaraan ze een jaar lang zouden werken. In het begin waren sommige kleinere leden bang dat ze niet voldoende capaciteit hadden om te beginnen werken aan de verschillende punten. Ze kwamen er echter al snel achter dat ze al veel deden en dat sommige acties met weinig moeite konden worden uitgevoerd. Sommige van de grootste lidorganisaties van KOO hebben hun eigen groene – of duurzaamheidsrichtlijnen opgesteld.

MISEREOR zet zich al meer dan 60 jaar in voor internationale ontwikkelingsprojecten. De bescherming van het milieu en duurzame economische activiteiten, zodat toekomstige generaties op onze planeet kunnen blijven leven, staan hoog op de agenda. Al sinds het begin roept MISEREOR Duitse burgers en besluitvormers op om hun grondstoffen- en energieverbruik onder de loep te nemen en te reduceren. Maar daar houdt het niet bij op. MISEREOR stelt ook zichzelf in vraag. Duurzame budgettering is een topprioriteit. Daarom heeft MISEREOR een duurzaam inkoopbeleid en een systematisch milieubeheer ingevoerd volgens het milieubeheer- en milieuauditsysteem van de EU (EMAS), waar ook externe validatie bij komt kijken.

Ons doel is om de CO2-uitstoot afkomstig uit onze activiteiten te vermijden of te verminderen. We willen daarenboven alle overige emissies compenseren via het ‘Klimakollekte’-fonds, een kerkelijk compensatiefonds. Door milieuvereisten in onze ontwikkelingssamenwerking te integreren, krijgt de christelijke missie om de schepping te vrijwaren, een internationale, globale dimensie in ons projectwerk. Ons doel is om een algemeen bewustzijn te creëren over duurzaam leven en werken. Dit doen we door onze projectpartners internationaal en onze zakenpartners regionaal en nationaal te betrekken. Via haar milieubeheersysteem streeft MISEREOR ernaar om haar eigen geloofwaardigheid op te bouwen en als model te dienen voor andere kerkelijke en maatschappelijke groepen en instituties. Ook de medewerkers van MISEREOR spelen een voorbeeldrol in het promoten van duurzame levenswijzen.

Trócaire pakt al meer dan tien jaar de gevolgen van klimaatverandering in de armste landen ter wereld aan. We ondersteunen de gemeenschappen om de draad terug op te nemen wanneer klimaatgerelateerde rampen toeslaan en helpen om hun veerkracht te versterken bij toekomstige klimaatschokken. We voeren ook campagne om nationale en internationale interventies te bevorderen en om bewustwording en acties te stimuleren in Ierland. We hebben verschillende pogingen ondernomen om onze organisatorische koolstofvoetafdruk te verkleinen. Ons recentst initiatief – GLAS (groen in het Iers) – werd ontwikkeld in 2016. We hebben een werkgroep samengesteld en een GLAS-kampioen in ons managementteam aangewezen. We verzamelen jaarlijks gegevens van al onze kantoren over hun CO2-uitstoot bij zowel lucht- en wegvervoer als papier- en energieverbruik. Sinds 2017 hebben we jaarlijkse doelstellingen vastgelegd om onze uitstoot te verminderen. Het GLAS-beleid is verankerd in onze jaarlijkse plannings- en begrotingsprocessen. Het doel is om voortdurende en consistente emissiereducties te verzekeren en te garanderen dat zorg voor het milieu centraal blijft in al onze activiteiten.

Om meer te ontdekken over onze belangrijkste realisaties, klik hier

Voor het CIDSE-secretariaat is de ontwikkeling en uitvoering van strategieën voor de beoordeling en vermindering van haar ecologische voetafdruk een continu proces dat meer dan tien jaar geleden van start ging. In de loop der jaren zijn we steeds meer stil blijven staan bij de ecologische impact van mobiliteit en reizen. Zij vormen immers een groot deel van onze CO2-uitstoot. Ook bestuderen we de impact van bijvoorbeeld elektriciteits-, water- en papierverbruik, gegenereerd door onze dagelijkse kantooractiviteiten. Bovendien kijken we naar de milieu-impact van evenementen die we organiseren of hosten. Tijdens dit proces hebben we niet alleen vele informele stappen ondernomen (via vergaderingen en besprekingen), maar ook belangrijke formele maatregelen geïmplementeerd. Sinds 2010 hebben we beleidslijnen ingevoerd inzake voeding, gebouwen, reizen en IT. In 2016 werd ons werk rond de ecologische voetafdruk geïntegreerd in het CIDSE Strategisch Kader en het Operationeel Plan. Deze formele maatregelen zorgden voor een duidelijk mandaat om nog consistenter onze ecologische impact te kunnen evalueren en verminderen. Dit leidde tot het creëren van mogelijkheden voor de leden om informatie uit te wisselen en om van elkaar te leren en om de recente vooruitgang te monitoren en evalueren. Bijgevolg werd een duurzame organisatiestrategie aangenomen en een up-to-date, herzien duurzaamheidsbeleid ingevoerd dat verschillende categorieën van werkactiviteiten omvat (onder andere reizen, kantoor en activiteiten). Verschillende medewerkers en CIDSE-leden hebben bijgedragen aan dit proces.

Zou je graag de ervaring van jouw organisatie rond ecologische voetafdruk met ons delen? Of heb je aanvullende informatie en bronnen? Stuur dan zeker een mailtje! Giorgio Gotra [gotra(at)cidse.org] of Nicky Broeckhoven [broeckhoven(at)cidse.org]

Evaluatie & Integratie

Binnen het CIDSE-netwerk voelen we ons geroepen om na te denken over en rekening te houden met de ecologische impact van onze activiteiten. We dagen onszelf constant uit om onze ecologische voetafdruk verder te verkleinen. Op die manier willen we onze bijdrage leveren in de strijd tegen de opwarming van de aarde. In het voorgaande deel kwam het fantastische werk van CIDSE-leden en het CIDSE-secretariaat uitvoerig aan bod. Dit heeft een schat aan informatie opgeleverd waaruit CIDSE waardevolle lessen kan trekken om verdere vooruitgang te boeken wat de ecologische voetafdruk betreft. We zijn erin geslaagd om talrijke, concrete, inspirerende werkwijzen te verzamelen op het vlak van reizen, kantoorgelateerde praktijken en activiteiten. Dankzij de ervaringen van onze leden hebben we essentiele, maar uitdagende factoren kunnen identificeren om de ecologische voetafdruk een integraal onderdeel van het werk van een organisatie of netwerk te maken.

De ervaring binnen het CIDSE-netwerk toont dat ‘meten weten is’. Belangrijk bij het evalueren van de ecologische voetafdruk is te weten waar je organisatie staat. Daarom delen we eerst enkele ervaringen mee van CIDSE-leden inzake de evaluatie van hun ecologische voetafdruk. Daarna lichten we sommige belangrijke stappen in het proces toe. Reductiedoelstellingen meten en bepalen is echter maar een deel van het proces. Uit de ervaring van onze leden blijkt dat verschillende factoren een grote invloed hebben op het al dan niet succesvol bereiken van vooropgestelde doelstellingen en targets. Deze factoren, zoals uiteengezet in deel II, omvatten bijvoorbeeld de integratie van milieubeheer in de bredere context van de organisatie en het verkrijgen van steun op verschillende niveaus in de organisatie.

ERVARINGEN VAN LEDEN MET DE EVALUATIE VAN HUN ECOLOGISCHE VOETAFDRUK

Om als organisatie je eigen voetafdruk te verkleinen moet je de huidige milieu-impact van je organisatie evalueren. CIDSE-leden hebben dit op verschillende manieren gedaan. Los van de verschillende systemen die het CIDSE-netwerk gebruikt om de ecologische voetafdruk te meten en ongeacht in welke fase elk lid zich bevindt, zijn enkele stappen in dit proces cruciaal. Deze stappen zijn: de ecologische impact van activiteiten evalueren, werkdomeinen als prioriteit stellen bij het verkleinen van de ecologische voetafdruk en hierbij bepaalde doelstellingen identificeren en formuleren. De ecologische voetafdruk evalueren is echter geen lineair proces. Sommige leden benadrukken dat je als organisatie consistent op zoek moet gaan naar punten die verbeterd kunnen worden.

IMPACT EVALUEREN

Om als organisatie de huidige status van je milieu-impact te beoordelen, moet je een analyse en een evaluatie uitvoeren van de relevante milieuaspecten die gepaard gaan met je activiteiten. Om dit te verwezenlijken, hebben enkele CIDSE-leden een milieuaudit uitgevoerd (of laten uitvoeren) en/of hebben ze een consultant aangenomen om hen te helpen een meet- en evaluatiesysteem op te zetten. Anderen hebben hun eigen interne systemen ontwikkeld en, waar mogelijk, hebben ze bestaande online meetinstrumenten en -faciliteiten gebruikt. De uitvoering van de evaluaties hangt in grote mate af van de middelen en de capaciteiten waarover elke organisatie beschikt.

CIDSE-leden staan voor verschillende uitdagingen als ze hun impact willen evalueren. Gegevens verzamelen en vastleggen (bv. door de afwezigheid van de nodige gegevens, ontbrekende gegevens, of problemen met de toegang tot en de opslag van gegevens) zorgt voor moeilijkheden. Daarnaast onderschatten organisaties vaak hoeveel middelen en tijd nodig zijn om toegang te verkrijgen tot gegevens en om de evaluaties uit te voeren. Een sprekend voorbeeld voor het eerste punt is het werken met beschikbare online modellen om de milieu-impact van reizen te beoordelen. Om de CO2-uitstoot van, bijvoorbeeld, vliegreizen te berekenen, is er nog veel onzekerheid over de factor waarmee de werkelijke uitstoot moet worden vermenigvuldigd om een juist beeld te krijgen van de volledige klimaatimpact.

HET BEPALEN VAN DE AANDACHTSGEBIEDEN

Gebaseerd op de evaluatie over waar ze staan als organisatie, hebben sommige CIDSE-leden vervolgens bepaalde impactgebieden geïdentificeerd die prioriteit zullen krijgen in hun werk rond de organisatorische ecologische voetafdruk. De selectie wordt best gemaakt op basis van zowel de milieurelevantie (laag, gemiddeld, hoog) van de actiegebieden als mogelijkheden tot verandering (laag, gemiddeld, hoog).

Uit de evaluatie van de organisatorische ecologische voetafdruk blijkt dat reizen voor vele CIDSE-leden de meeste CO2-uitstoot genereerd (zie ook het deel over ‘inspirerende praktijken’). Reizen is dus een belangrijk aandachtsgebied. Om verschillende redenen is het niet eenvoudig om veranderingen door te voeren op dit gebied. De COVID-19-pandemie heeft voor enkele aanpassingen op korte termijn gezorgd (bijvoorbeeld via overschakeling naar telewerk) waardoor onze verplaatsingen fors gedaald zijn. Deze oplossingen zijn echter niet allemaal op lange termijn haalbaar en reizen zal in sommige van onze activiteiten belangrijk blijven. Enkele CIDSE-leden onderstrepen in hun milieubeleid dat ze, hoewel internationale verplaatsingen een groot deel uitmaken van hun CO2-uitstoot, hun internationale reizen vaak niet verder kunnen inperken vanwege hun mandaat als organisatie. Gezien de vele behoeften en doelstellingen van ons werk, loont het de moeite om dit aspect op een meer holistische wijze te bestuderen.

Bovendien zijn reducties op korte termijn niet altijd mogelijk op gebieden die de grootste invloed hebben op het milieu. CIDSE-leden hebben aangegeven dat het belangrijk is om oriënterende stappen op lange termijn te combineren met onmiddellijke resultaten op korte termijn. Deze manier van werken zorgt voor de nodige zichtbaarheid en voldoende draagvlak om ook langetermijndoelstellingen te bereiken (zie ook deel II).

ENKELE CONCRETE VOORBEELDEN VAN LEDEN: 

BROEDERLIJK DELEN identificeerde verschillende werkpunten.  Ze kiezen elk jaar drie punten uit hun actieplan‘Groen Beleid’ om hun ecologische voetafdruk verder te verkleinen. In 2019 focuste Broederlijk Delen op communicatie (intern en extern), reizen (vliegen) en energie. In 2020 leggen ze zich toe op voedsel, investment/divestment en gebouwen (inclusief ‘buen vivir’ op het werk) (‘Groen Beleid’-werkgroep – werkmethode en planning 2018-2021).

Op basis van de eerste fase van hun milieuaudit identificeerde MISEREOR  drie actiegebieden op het vlak van milieurelevantie en potentieel tot verandering: internationale, niet-Europese zakenreizen en de productie van materialen. Voor de komende jaren ziet het milieuteam van MISEREOR mogelijkheden en kansen om actie te ondernemen op het vlak van Europese reizen, evenementen, verwarming en aankoop. De productie van materialen staat ook nog steeds op de agenda (Misereor Milieuprogramma 2019-2021).

TRÓCAIRE focuste initieel op drie aandachtsgebieden (internationale reizen en binnenlandse reizen plus intern en extern drukwerk). Later voegden ze ook energie en afval toe (GLAS Initiatief, vastgelegd in het intern reglement sinds maart 2016).

DOELEN EN TARGETS STELLEN

Naast het beoordelen van de huidige situatie en het identificeren van aandachtsgebieden is het ook goed om concrete doelen voor de organisatie te stellen. Verschillende CIDSE-leden bekijken momenteel hoe ze hun reductiedoelstellingen het best kunnen bepalen. Uit hun ervaring blijkt dat verschillende manieren mogelijk zijn. Een optie is om een doelstelling te bepalen, zonder dat die wetenschappelijk onderbouwd hoeft te zijn. Dit kreeg een CIDSE-lid als aanbeveling van haar milieuadviseur. De redenering erachter is dat het altijd goed is om ergens naartoe te werken. Misschien zal de target niet bereikt worden of overtroffen worden, maar op deze manier zorg je ervoor dat alle inspanningen gericht zijn op het behalen van de specifieke reductiedoelstelling. Een andere methode is om te vertrekken van(uit) de internationaal overeengekomen reductiedoelstellingen. Enkele leden bepalen hun jaarlijkse reductiedoelstellingen, bijvoorbeeld, op basis van het klimaatakkoord van Parijs  d.w.z. -40% emissies tegen 2020, -60% tegen 2030 en vanaf 2050 emissievrij.

DE DUURZAAMHEIDSBEOORDELING EN DE EVALUATIE VAN DE ECOLOGISCHE VOETAFDRUK INTEGREREN IN JE ORGANISATIE

Als je begint te werken aan de organisatorische ecologische voetafdruk, is het best om te beginnen met kleine stappen. De drempel om deze stapjes te nemen is laag en geeft een zichtbaar resultaat. Deze successen kunnen vervolgens gecommuniceerd en gevierd worden binnen de organisatie. Ze zorgen voor de nodige motivatie om vooruitgang te blijven boeken en verdere stappen te ondernemen om negatieve milieueffecten nog verder in te perken. Een van de CIDSE leden formuleerde het als volgt: “We proberen elke dag een kleine bijdrage te leveren”

Een institutionele verankering van het werk rond ecologische voetafdruk heeft duidelijke voordelen, vooral als het gaat om het opschalen van de inspanningen. CIDSE-leden bekijken momenteel verschillende manieren om deze integratie mogelijk te maken. Hun ervaringen tonen aan dat verschillende factoren een sterke invloed hebben op de slaagkans van de gestelde doelen en targets. Deze omvatten:

  1. het werk rond de ecologische voetafdruk integreren in strategische tools en planningsinstrumenten van je organisatie;
  2. specifieke middelen ter beschikking stellen (zowel op vlak van budget als van personeel);
  3. nagaan of er een breed draagvlak is in je organisatie;
  4. extern communiceren over je werk rond de ecologische voetafdruk;
  5. je ervaring delen met andere organisaties, partners en netwerken;

Voor meer informatie over elk van de bovenstaande factoren, klik op de afbeelding hieronder. 

Sharing Communication Support Base Resources Framework

Inspirerende praktijken

Hieronder volgt een overzicht van de taltijke manieren waarop binnen het CIDSE-netwerk getracht wordt om de ecologische voetafdruk te verminderen. Het is natuurlijk geen volledig overzicht, maar de vermelde praktijken geven een goed beeld van de verschillende opties die de CIDSE-leden overwegen wanneer ze rond hun organisatorische milieu-impact werken. Sommige praktijken worden nu al toegepast terwijl andere nog een streefdoel vormen. Momenteel geeft dit deel inspirerende praktijken weer van Broederlijk Delen, Entraide & Fraternité, Trócaire, CAFOD, Fastenopfer, KOO, Misereor en het CIDSE-secretariaat. Ze hebben allen een beleid of richtlijnen ingevoerd om hun werk rond hun ecologische voetafdruk te bevorderen. Deze instrumenten vormen dynamische, levende documenten die geregeld worden bijgewerkt en aangepast aan de lokale/regionale contexten. Enkele leden verstrekken ook gedetailleerde praktische informatie over hoe hun richtlijnen geïmplementeerd moeten worden. Deze houden bijvoorbeeld specifieke vereisten in voor bepaalde activiteiten of productgroepen (catering of kantoorbenodigheden) en concrete ‘aankooptips’ omtrent producten en plaatsen.

Aangezien de CIDSE Ecologische Voetafdruk regelmatig herzien en herwerkt zal worden, zullen meer inspirerende praktijken van andere CIDSE-leden in de toekomst worden toegevoegd.

Travel Activities Office

Thema’s voor verdere reflectie & discussie in het CIDSE-netwerk

Compensatie voor CO2-uitstoot

Enkele CIDSE-leden hebben nagedacht over hoe ze kunnen compenseren voor onvermijdelijke uitstoot. Sommigen compenseren momenteel voor deze uitstoot via externe organisaties die gespecialiseerd zijn in emissiecompensatie. Anderen kiezen ervoor om op een andere manier te compenseren. Ze vinden dat hun eigen organisatie al ‘compenserende’ activiteiten steunt. Daarom besteden ze het geld van compensatievergoedingen liever aan hun partners en hun milieuwerkzaamheden in plaats van het buiten de organisatie uit te geven. Bovendien willen sommigen de indruk niet geven dat compenseren alles oplost – deze visie leidt wellicht tot meer uitstoot en op die manier kan de totale emissiereductie in het gedrang komen. Daarenboven is de afweging van alle positieve en negatieve effecten die de organisatie genereert ook van belang.

De vraag om voor uitstoot te compenseren of niet en hoe dit kan gebeuren is niet eenvoudig te beantwoorden. Verschillende factoren moeten overwogen worden. Hoe dan ook is het belangrijk dat beslissingen over emissiereducties en compensatie grondig besproken worden in de organisatie of het netwerk zodat ze door iedereen in de organisatie worden ondersteund.

Divestment

Geïnspireerd door de encycliek Laudato Si’ kiezen steeds meer Christelijke organisaties en instituties wereldwijd ervoor hun geld niet meer te investeren in fossiele sectoren maar eerder in economische activiteiten die bijdragen aan de transitie naar een duurzame en klimaatvriendelijke toekomst. Deze mentaliteitsverandering is ontstaan uit het besef dat alle organisaties verantwoordelijk zijn voor de transitie. Ze hebben de plicht om mee te werken aan een snelle, rechtvaardige transitie van het “fossiele tijdperk” naar schone energie voor allen en een koolstofarme economie. Sommige CIDSE-leden hebben zich ertoe verbonden om hun financiële reserves niet meer te investeren in aandelen of beleggingsfondsen die de exploitatie van fossiele brandstoffen financieren. Daarnaast hebben ze beloofd om in de komende jaren elke investering in fossiele sectoren terug te trekken en te herinvesteren in duurzame ontwikkeling, hernieuwbare energie en de transitie naar een koolstofarme economie.

Het is  tijd om de praktische implementatie van deze toezeggingen te evalueren binnen het CIDSE-netwerk, om te leren van de verschillende ervaringen en om alle investeringen in fossiele brandstoffen definitief achter ons te laten. De sleutel hiervoor is de ontwikkeling van praktische richtlijnen voor duurzame en verantwoorde investeringen.

De impact van reisgerelateerde maatregelen op het werk met partners

Deze ‘reflectie en discussie’-vraag sluit aan bij een bredere discussie over wat een reductie in intercontinentale reizen kan betekenen voor het werk van het CIDSE-netwerk en voor CIDSE-leden die werken met overzeese partners. Enkele leden merkten op dat het beperken van het aantal intercontinentale verplaatsingen, om zo de CO2-uitstoot van vliegreizen te verminderen, onvermijdelijk een impact (zeker op lange termijn) zal hebben op hun werk met partners. Het zou bijvoorbeeld een verhoogde capaciteit bij de partners en een versterking van middelen vereisen. Daarnaast zouden de partners steeds meer taken van CIDSE-leden moeten overnemen.

Het is ook een discussie waarbij donors betrokken moeten worden. Ze dringen er vaak op aan om naar partnerlanden te reizen voor initiële, tussentijdse en finale bezoeken en evaluaties. Zijn deze verplaatsingen echt noodzakelijk? Zouden er geen andere instrumenten en procedures gebruikt en ingevoerd kunnen worden om aan dezelfde vereisten te voldoen? Reflectie en discussie over de impact van veranderingen in de reisgerelateerde voetafdruk op het werk met partners zal steeds belangrijker worden voor het CIDSE-netwerk.

De milieu-impact van digitale communicatie

Het deel over ‘inspirerende praktijken in het CIDSE-netwerk’ toont dat veel CIDSE-leden steeds minder gedrukt materiaal verspreiden om, waar mogelijk, meer digitale communicatie te gebruiken. Dit houdt in dat jaarverslagen digitaal gepubliceerd worden; materiaal online wordt opgeslagen en niet meer geprint wordt; reizen door videoconferenties worden vervangen, etc. Digitale communicatie verbruikt echter ook energie en draagt bij tot de ecologische voetafdruk van het CIDSE-netwerk. Al zeker één CIDSE-lid houdt zich bijvoorbeeld bezig met het energieverbruik van haar servers en manieren om deze op te kuisen (vooral wat foto- en videomateriaal betreft) om te voorkomen dat extra opslag en servercapaciteit nodig is. Deze kwestie verdient meer aandacht in de bredere context van de ecologische voetafdruk in het CIDSE-netwerk.

Bronnen

Duurzaamheidsbeleid of -richtlijnen ingevoerd door CIDSE-leden:

De ecologische voetafdruk in de jaarverslagen van lidorganisaties: 

Informatie over de organisatorische ecologische voetafdruk op de website van leden:

Medewerkers, vrijwilligers en sympathisanten stimuleren om te werken aan hun eigen ecologische voetafdruk:

Nadenken over de milieu-impact van jeugdactiviteiten:

Externe berekensystemen die gebruikt kunnen worden bij het berekenen van je CO2-uitstoot:

Relevante CIDSE-publicaties:

  • The Climate Urgency: Setting Sail for a New Paradigm (De Klimaatnoodtoestand: koers zetten naar een nieuw paradigma) : https://www.cidse.org/wp-content/uploads/2018/09/CIDSE-The_Climate_Urgency_Sept_2018.pdf; Deze publicatie bestudeert hoe een paradigmaverschuiving in ons voedsel- en energiesysteem – ondersteund door structurele veranderingen in onze levensstijl en in de maatschappij – sterk kan bijdragen tot de beperking tot 1.5°C van de gemiddelde globale temperatuurstijging.

Andere relevante bronnen:

Zou je graag de ervaring van jouw organisatie rond ecologische voetafdruk met ons delen? Of heb je aanvullende informatie en bronnen? Stuur dan zeker een mailtje! Giorgio Gotra [gotra(at)cidse.org] of Nicky Broeckhoven [Broeckhoven(at)cidse.org]